3

Het was een reuze aardige ceremonie, vond Torian. Er waren trommelaars en iemand speelde op een luit met een lange hals, terwijl het verhaal van Sint Zena werd gezongen en voorgedragen. Zij was zestien geweest – dus niet twaalf, zoals Lisa brutaal had beweerd – toen ze het verzet leidde tegen de soldaten. Een ziener had voorspeld dat de heersende vorst ooit zijn positie zou verliezen aan een van de nieuwgeborenen, en die had opdracht gegeven om de kleintjes allemaal te doden.

Uiteindelijk bleek dat de profetie over een eigen zoon van de vorst ging, die hem later normaal zou opvolgen. Maar toen had Sint Zena de soldaten al verslagen.

Het was een verhaal dat Torian meende te kennen, behalve dat het helemaal verkeerd verteld leek.

Daarna mochten de kinderen van Bahat vier jonge mangoboompjes bijplaatsen in de boomgaard die tussen het dorp en de akkers lag. In het begin van de zomer waren de zaden, door ruil van een verderop gelegen dorp verkregen, in potten geplant. Ze waren alle ontkiemd. De nieuwe vrucht betekende een welkome aanvulling op het menu van de dorpsbewoners.

Torian keek of hij Lisa’s goudblonde vlechten ergens tussendoor zag fladderen. Hij durfde het meisje niet onder ogen te komen na wat er eerder die middag was gebeurd, en stond een beetje achteraan de schare toeschouwers. Ze leek echter niet mee te doen aan de ceremoniële handelingen. Misschien was ze daar net wat te oud voor. In haar eigen hoofd zeker, schatte hij in.

Hoewel ze elkaar hadden vergeven, viel het hem zwaar om terug te denken aan wat er was voorgevallen. Hij was al veel intiemer met het meisje geweest dan gepast was, maar na het houthakken was het compleet uit de hand gelopen.

Lisa hield haar hoofd schuin, herinnerde Torian zich, alsof ze een geluid had gehoord. Hij had net zijn ogen geopend en vond dat het meisje met de gouden vlechtjes tamelijk bezitterig bovenop hem lag. Alleen was hij er nog even niet aan toe daar iets aan te doen. Toen ze niets ontdekte dat het geluid kon hebben veroorzaakt, keerde ze zich met gefronste wenkbrauwen naar hem.

“Het spijt me dat ik je heb verpletterd. Heb ik je pijn gedaan?”

Ze had hem vanaf haar stronk besprongen. Het meisje was zwaarder geweest dan hij had verwacht, en hij was achteruit gewankeld tot hij uiteindelijk op zijn rug viel, dichtbij de anderen.

Hij was hard neergekomen, gevolgd door Lisa’s volle gewicht, en had zich niet meteen kunnen bevrijden. Het was niet belangrijk. Het ging erom wat ze had gezegd. Haar laatste wens, in ruil voor de amulet.

“Nog eentje, Torian! Maar ik durf niet zo goed.”

Ze had haar hoofd in zijn schouder begraven, zodat ze nauwelijks verstaanbaar was. Torian had geduldig gewacht. En toen had ze hem weer aangekeken met die blauwe kijkers, en fluisterde ze hem zachtjes toe wat ze wilde.

“Ik wil een kus. Een echte. Vanavond, op het feest.”

De krachtige, bedwelmende geur van de jasmijn zo vlak onder zijn neus verhinderde dat hij opsprong en hard wegrende. Of de twee benen die om hem heen waren geklemd, en zijn weerstand steeds verder deden afnemen. Dat kon ook. Hij moest iets zeggen om zich een houding te geven.

“Lisa, heb je weleens eerder met een jongen gezoend?”

“Nee jakkes, natuurlijk niet. Jij was er toch nog niet.”

Moeilijkheden, zoals Wouter al had gedacht. Hij zou met stokslagen het dorp worden uitgejaagd. Maar nu nog even niet. De klap die hij had gekregen deed eindelijk zijn werk, en iemand kneep het licht uit.

Toen Torian bijkwam functioneerden zijn armen weer, maar hij lag er niet comfortabel bij. Zijn handen bevonden zich op Lisa’s rokje, waar hij op het laatst nog tevergeefs had geprobeerd haar wat omhoog te trekken. Alleen, het was haar rokje niet meer. Het was zijn eigen hemd dat nu als een jurk over haar lijfje hing, netjes afgebonden met zijn riem. Het was verwarrend, en hij wist niet te bedenken hoe het allemaal in zijn werk kon zijn gegaan.

“Ik ben nog heel, geloof ik. Je kan me nu wel loslaten.”

“Maar je mag niet weg! Ik vind je zo lief. Niet tegenstribbelen nu.”

Het dominante gedrag van het meisje was hem teveel. Hij voelde zich machteloos, meegesleurd met haar gevoelens. Ze legde haar hoofd weer tegen zijn schouder, en een hand in zijn nek. Tot zijn schrik frunnikte ze met de andere aan de band van zijn werkbroek.

“Lisa, nee…”

“Dat is flauw.”

Het meisje met de vlechtjes bleef plagen, nu door haar spieren telkens aan- en weer te ontspannen. Torian werd er tureluurs van. Hij duwde en trok aan het lichaam dat hem bedekte. Hij probeerde zich met zijn voeten af te zetten tegen de grond, en haar zo van zich af te gooien, maar hij viel als vanzelf in haar ritme en kreeg het niet voor elkaar.

Torian liep langs het houtbos in de richting van de beek. Lisa was die kant uitgestormd, nadat er een hele scene was geweest. Het geluid dat ze had gehoord was van de moeder van Suzanne en de vader van Wouter en Anya gekomen. Die waren niet blij met wat ze zagen. Tot zijn verbazing kregen eerst hun dochters ervan langs, omdat ze die hele ochtend al in hun feestkleding hadden gelopen.

Even hoopte hij dat Lisa en hij buiten schot zou blijven. Jammer genoeg was Mark zo bijdehand om erop te wijzen dat er tussen de tieners ook een jong meisje lag, dat had deelgenomen aan activiteiten die beslist niet bij haar leeftijd pasten. Wouters vader reageerde direct.

“Elisabeth, dochter van Jacobina! Vort, wegwezen jij. Schaam je je niet! Ga naar je hut en laat die arme jongen met rust.”

Lisa was echter de andere kant opgerend, nadat ze nog snel haar koordzak had meegegrist. Torian bleef met open mond achter nu ze met bijna al zijn spullen aan haar lijf uit het zicht verdween. Hij was ook kwaad, want het was niet fair om het meisje de schuld te geven. Hij was de oudste en had haar steeds vrijpostiger gedrag gewoon moeten stoppen. Alleen had hij niet geweten hoe. Hij zat opgesloten in haar spel en kon de uitgang niet vinden.

Daarna waren de ouders milder geweest. Ze zagen dat het werk, in weerwil van hun eerste indruk, toch was gedaan.

En nu moest hij natuurlijk Lisa zien terug te vinden. In zijn eentje, nadat hij de achtergebleven kleding van het meisje van de grond had opgeraapt.

Torian voelde zich akelig. Er prikten voortdurend scherpe steentjes in zijn voetzolen. De amulet was bovendien flink heet geworden in de zon, en brandde pijnlijk op zijn blote borst. Hij had gelukkig een goed idee waar het meisje kon zijn, en als hij aarzelde wipte de hanger op alsof die de richting aanwees.

Toen hij op het strand kwam zag hij haar direct. Ze zat op de houten kist en keek naar de zee. In de verte voer een schip langzaam naar het westen, zigzaggend tegen een opzwellende bries in. Hij zou haar ferm toespreken, en uitleggen dat wat ze had gedaan echt niet kon. Jammer genoeg had hij even vergeten hoe hij erbij liep, en het initiatief ontglipte hem.

“Lisa.”

“Daar ben je. Je ziet er heel schattig uit zo in mijn hemd en sandalen.”

Hakkelend legde hij uit dat hij alleen maar de pijn had willen tegenhouden. Het meisje met de vlechtjes reageerde wat dromerig en legde haar rok naast zich op de kist, waar ook haar koordzak lag. Torian wist nog steeds niet wat ze daarin had meegenomen.

Omdat er geen betere plaats was, ging hij voor de kist zitten en tuurde hij met haar mee naar de horizon. Het schip was interessant, en vormde voor het moment een afleiding. Hoewel hij zich niet kon herinneren sporen te hebben gezien in het zand, moest hij het toch vragen.

“Lisa, toen je mij gisteren vond, was er toen een schip in de buurt? Je weet wel dat mijn hoofd het niet goed doet. Ik weet niet hoe ik hier gekomen ben.”

“Ik heb er nooit een vlakbij de kust gezien.”

“Weet je waar ze vandaan komen of waar ze naar toe gaan?”

“Nee, misschien kun je het vanavond aan grootvader vragen. En draai je eens om, je bent nog niet af.”

“Wat bedoel je?”

Als antwoord trok ze aan zijn oor, en Torian keerde zich dan maar gehoorzaam op zijn knieën om. Ze pakte haar rok in de ene hand en slingerde een broekje, een blauwe deze keer, rond in de andere.

“Je hebt zelf gezegd dat ik dikke billen heb, dus het kan best. Hup, werk eens een beetje mee.”

Lisa zat weer op de kist, nadat hij die terug had dichtgedaan, nu met haar benen wiebelend aan de korte kant. Torian wist zich verslagen. Hij stond van top tot teen in meisjeskleren. Vanaf het moment dat ze hem de amulet had omgehangen, was hij eigenlijk kansloos geweest.

Hij kon haar niet de baas, dat was nu eenmaal zo. En dat was hij steeds spannender gaan vinden. Hij hunkerde naar meer, en afgaand op hoe ze naar hem keek gold dat voor haar ook. Er was gewoon geen houden aan.

Op zee rommelde en bliksemde het. De gouden hanger rukte in de toenemende wind met enorme kracht aan Torians nek, terwijl Lisa de neuzen van de laarzen in zijn knieholten duwde. Hij voelde zich zwak, het was voldoende om hem opnieuw op zijn knieën te dwingen. De amulet was loodzwaar geworden, en trok zijn hoofd naar de schoot van het meisje. Eindelijk begrepen ze dat het niet klopte, dat er meer aan de hand was dan een natuurlijke verlokking.

“Tor, het is helemaal fout met ons, hè? Zo hoor ik niet te zijn! Ik kan gewoon niet van je afblijven.”

“Lisa, er is iets mis met de amulet. Het lijkt alsof die ons de hele tijd naar elkaar toetrekt. Het lukt me niet om me te verzetten.”

Zijn hoofd viel op haar bovenbenen, waardoor het ding tussen haar dijen zakte. Lisa schreeuwde van pijn toen ze het omklemde, want het goud was nog steeds knetterheet, en had geen andere keuze dan haar benen wijd te doen. Ze legde zich achterover op de kist, terwijl ze met twee handen Torians hoofd meetrok. Het pegasusfiguurtje danste van links naar rechts tussen hen in.

Het eerste wat Torian voelde nadat de bliksem insloeg, was dat hij zijn eigen kleren weer aan had. Hij lag met zijn rug op de houten kist en hield iemand die langer was dan hij, maar niet zo heel zwaar, in zijn greep.

Het duurde een moment voor hij het doorhad. Angstig en tegelijk nieuwsgierig verkende hij het vreemde wezen waarin hij zich bevond. Het lichaam dat kleiner maar beter geoefend was dan het zijne, en de werverwind aan wilde ideeën die voortdurend huishield in Lisa’s hoofd. Hij voelde de woede over de dood van haar vader, en het grote verdriet om haar moeder die haar hier had achtergelaten. Het te vroeg ontwaakte, maar nu tot rust gekomen verlangen dat ze koesterde naar hem, helemaal voorin haar gedachten.

Een enkel ogenblik gunde de amulet hun. Genoeg om de band te smeden die de magie verwachtte, en die door het uitblijven van het ritueel had ontbroken toen het meisje de hanger aan hem had gegeven. Langer, en Torian wist niet of ze nog apart hadden gekund.

Ze zaten bedrukt en uitgeput op de houten kist, met de rug naar elkaar toe omdat ze allebei de ander niet dorsten aankijken. Het waaide wat minder hard. Het onweer bleef voor het ogenblik hangen boven de branding. De amulet om Torians hals was weer een gewoon voorwerp, en deed niet langer pijn, maar de herinnering bleef. Ze kenden elkaar nu, voor altijd.

Het meisje sprak het eerst.

“Tor, toen ik … in jouw hoofd zat. Er is iets dat je moet weten. Er zitten allemaal hokjes in je hoofd, met dichte deuren, maar ik kon eroverheen kijken. Toen zag ik je boek. Ik kon zien wat er op de eerste bladzijde stond, en ik kon het lezen! Terwijl ik helemaal niet kan lezen!”

“Lisa, dat zou weleens heel belangrijk kunnen zijn. Weet je nog wat er stond?”

“Jawel. Ik wist niet wat het betekende, maar het was niet zoveel en ik heb het toch onthouden.”

Torian zette zich schrap.

“Wil je het mij vertellen, alsjeblieft?”

“Paraduin. Handboek Tweede Expeditie. MMLXXXIV.”

“Daar moet ik over nadenken. Ik weet ook niet meteen wat het betekent, helemaal niet al die losse klanken aan het eind. Lisa, het is niet jouw schuld hè, wat er is gebeurd. Ik vind het heel erg dat ik je niet kon tegenhouden, maar je was zo sterk. Het kwam allemaal door de amulet.”

“Het is wel mijn schuld! Ik gaf hem verkeerd.”

Torian wilde zijn woorden zorgvuldig kiezen. Hij zou het niet kunnen verdragen als het meisje bleef rondlopen met het idee dat ze zich aan hem had vergrepen. Het was voor hem al moeilijk genoeg.

“Lisa, het was … voor mij was het niet zo heel verschrikkelijk. Je bent alleen nog zo jong. Daarom kon je het ritueel natuurlijk ook niet weten. Het was je gewoon niet verteld. Niemand had gedacht dat je de amulet al zo vroeg aan iemand zou schenken.”

“Tor?”

“Ja, Lisa?”

“Het spijt me dat ik je dwong. Als je mij geen kus meer wil geven op het feest, dan hoeft dat niet.”

“Ik vind je nog steeds lief genoeg. Jij mag het zeggen, vanavond.”

De wind zwol weer aan en ze haastten zich om zich om te kleden.

“Tor kijk, op je borst!”

Op Torians borst was een duidelijke afdruk zichtbaar van een pegasus, door de heet geworden amulet in zijn huid gebrand. Lisa was er niet veel beter aan toe, met brandmerken aan de binnenkant van allebei haar dijen. Tijd om er lang bij stil te staan was er niet. Ze moesten rennen voor de regen, die met bakken uit de lucht begon te vallen. Bij de eerste hutten raakten ze elkaar kwijt.

Na de ceremonie, die vanwege het noodweer een uur te laat was begonnen, keerde de menigte terug naar het dorp. Tot Torians verrassing was er een indrukwekkende rij kampvuren ontstoken. Kussens en enkele banken deden dienst als zitplaatsen. Er stonden tafels met een overvloed aan geurig voedsel.

Torian, in zijn mooie prinsenkleding, nam op uitnodiging van het dorpshoofd zelf plaats op een kussen aan het eerste vuur. Hij schrok even toen hij Suzannes moeder naast Roderik zag zitten, samen op een bankje. Maar de vrouw, die Nela bleek te heten, schonk hem een knipoog. Ze was kennelijk niet van plan om zijn escapades met Lisa aan de grootvader van het meisje door te brieven. De dorpsbewoners waren in opperbest humeur en al gauw werden er verhalen verteld.

De donkere vrouw, die jaren eerder met haar dochter uit een ander dorp was overgekomen, verklaarde Torian hoe het kwam dat het avondgedeelte van het feest gewijd was aan de liefde. Het gebruik was ooit bedacht door een leenheer, die daar zo zijn eigen ideeёn bij had. De leenheer beviel niet. Die werd weggejaagd en sindsdien waren dit vrije dorpen, alleen onderhorig aan het rijk. De liefde sprak wel aan en zo gold Sint Zena niet langer alleen als een kinderfeest. Of juist wel, het was maar hoe je het bekeek.

“Vannacht slaapt niemand alleen, jongen.”

Torian begon zich onbehaaglijk te voelen. Hij had die dag al genoeg liefdesperikelen gekend. Nela liet het onderwerp echter niet met rust. De rode tunieken die Anya en Suzanne al de hele dag droegen waren een code, legde ze uit. Rood was geen maagdelijk wit, maar hield in dat ze zich nog niet aan iemand hadden verbonden. Daarom waren er ook enkele jongemannen aanwezig uit andere dorpen terwijl Wouter en Mark, die Torian al had gemist, elders hun geluk beproefden.

Ze leek niet heel blij met de situatie en dat kon hij begrijpen. Wouter zou een goede partner zijn voor Suzanne. Over Mark had hij twijfels, na diens jaloerse gedrag eerder die dag.

Inmiddels gingen er kruiken rond met een drank die mede werd genoemd en volgens Nela was bedoeld om de mensen in de juiste stemming te brengen. Het smaakte anders dan de honingdrank die Torian meende te kennen, maar zeker niet slecht. Terwijl de zon langzaam onderging, praatten de oudere dorpsbewoners over vroeger en over de zee. De kinderen, die eerder nog druk om hen heen hadden gerend, waren intussen allemaal naar bed.

Hij vroeg het dorpshoofd naar het schip dat hij op zee had gezien.

“Het zal een pakketboot zijn geweest. Een ogerschip. Die hebben een kanon op het achterdek tegen de piraten die hier de zee onveilig maken. Ze doen alleen de grotere plaatsen aan, met vracht en passagiers.”

“Ik heb namen van plaatsen gehoord. Paraduin, en Karoezel.”

“Hm. Je hebt niet stilgezeten merk ik, jongen. Verstandig, en een hele verademing na je voorgangers. Maar dit zijn geen namen die ik ken.”

Torian wilde vragen welke plaatsen en landen de man, die bezig was zijn pijp uit te kloppen, dan wel kende waar de pakketboten op voeren. Een hoog, schor stemgeluid onderbrak hem.

“Karoezel bamboezel!”

De woorden kwamen van een oud vrouwtje met een kromme rug, dat ook aan Roderiks vuur zat maar nog niet veel had gezegd.

“Karoezel, bamboezel! Gekonkelefoezel! Getrol en gemoezel! Magijkenverdoezel!”

Meer kwam er niet. Het was een rijmpje uit haar jeugd dat ze had onthouden zonder te weten wat het betekende. Bij Torian liepen de rillingen over de rug. Vooral van het gemoezel moest hij niets hebben, dat wist hij zeker. Iedereen in zijn kring leek even van slag.

Hij keek op toen hij links achter zich geruis hoorde. In de schemering herkende hij Anya en Suzanne, die iets teveel van de mede leken te hebben gedronken. Ze giechelden en fluisterden terwijl ze nauwelijks verholen blikken zijn kant uit wierpen.

Plotseling slaakten ze allebei een gil, terwijl het leek alsof ze aan hun haren werden weggetrokken. Torian draaide een slag. Hij kon niet precies zien wat er in de schaduw van de vuren allemaal gebeurde, maar de stem die hij over het tumult heen hoorde kende hij.

Contact

Zeg 't eens ...

Not readable? Change text. captcha txt